logo

Kleurenschema: blauw - grijs


Handboek leerlingenraad (LLR)

Deze handleiding schreef ik in april 1996 als voorzitter van de leerlingenraad van het Christelijk Lyceum in Apeldoorn. Misschien heeft een andere leerlingenraad er nog wat aan.

LIJST VAN AFKORTINGEN

LC leerlingencommissie
LLR leerlingenraad
Feniks schoolkrantredactie/perscommissie
FeCo feestcommissie
DB dagelijks bestuur
WG werkgroep/werkcommissie
LP leerlingenparlement
WMO wet medezeggenschap onderwijs
MR medezeggenschapsRaad
LV leerlingenvereniging
LAKS landelijk aktie komitee scholieren
LZF lid zonder functie
OC oudercommissie
KD kerndirectie
ALV algemene ledenvergadering

INLEIDING

Leerlingenraad (LLR): leerlingenorganisatie die de belangen van leerlingen behartigd, zoals bedoeld in de wet WMO 1992.

In ons gebouw zijn drie leerlingencommissies (LC's), die alledrie iets met belangen van leerlingen te maken hebben. De Feestcommissie (FeCo) verzorgt de schoolfeesten en helpt de andere LC's soms bij grote acties. De Schoolkrantcommissie, meestal de Feniksredactie of kortweg de Feniks genoemd (in vroeger tijden ook de perscommissie), verzorgd de - hoge wijsheid - schoolkrant. Omdat ze zo'n belangrijk medium zijn kunnen ze de andere LC's goed helpen.

Eens, lang geleden, bestond er een leerlingenparlement (LP). Subcommissies van het LP waren de perscommissie, de feestcommissie en de sportcommissie. De Feco en de Feniks werden steeds onafhankelijker van het LP, en het LP werd steeds vaker de LLR genoemd.

Nu de LLR niet langer de schoolfeesten en de schoolkrant als paradepaardje heeft, is het heel moeilijk om aan andere leerlingen precies uit te leggen wat de LLR voor hen doet. Het werk dat wij verrichten gaat vaak achter de schermen, doet denken aan politieke beïnvloeding, en de resultaten zijn vaak de kleine stapjes, een iets andere benadering van de directie, of resultaten op lange termijn. Hoewel soms ook heel duidelijke en concrete resultaten geboekt worden, zoals muziek in de aula.

Vandaar dat de sfeer en de structuur in de LLR steeds meer gaat lijken op die van een politieke jongerenpartij. Het LAKS, de landelijke belangenorganisatie voor scholieren, heeft echter de neiging om te ambtelijk te worden. Bij hen zijn de procedures en de manier waarop vaak belangrijker dan de echte resultaten.

Om onze LLR resultaten voor leerlingen te laten boeken hebben we heel wat nodig. Voldoende leden, een goede naam, een goede structuur, bekendheid, geschoolde leden, een gecoördineerde manier van werken, enzovoorts. Om de zaken te vereenvoudigen zal ik drie begrippen centraal stellen: Mensen, organisatie, en strategie. Je kunt echter ook zeggen dat er voor goede resultaten een goed functioneringsbeleid nodig is.

FUNCTIONERINGSBELEID

Doel van het functioneringsbeleid is het vergroten van de slagvaardigheid van de leerlingenraad.

Daartoe wordt eerst besproken wat een leerlingenraad nodig heeft om goed te functioneren. Vervolgens worden een aantal methoden beschreven om het functioneren nog efficiënter te maken.

VOORWAARDEN

Als een leerlingenraad effectief voor de belangen van leerlingen wil behartigen, moet hij:

METHODEN

* ORGANISATIE EN BESLUITVORMING
werkgroepen, democratie, besluitvorming, taakverdeling, personen van buiten de llr, stemreglement, etc.
* SCHOLING EN TRAINING
mapjes met informatie over algemene vaardigheden en diverse onderwerpen, trainingspauzes waarin leraren iets uitleggen, etc.
* MOTIVATIE OF ACTIEVE PARTICIPATIE
de llr zo inrichten dat iedereen meedoet, meedenkt, bij de groep hoort, en zijn mening geeft (niet alleen kan geven, maar dat ook doet), de sfeer leuk maken
* STRATEGISCH DENKEN
doelgerichte aanpak bevorderen, je bewust zijn van je echte doel, en op een rationele en creatieve manier je doel willen realiseren
* NETWERKEN EN INFORMATIE
de llr(-leden) moeten overal binnen de school contacten hebben, en op die manier snel beschikking krijgen over informatie en personen binnen de school kunnen beïnvloeden
binnen de llr moet iedereen altijd weten wat er gebeurd

ORGANISATIE

De organisatie moet een snelle besluitvorming en een goede taakverdeling waarborgen. Democratische processen verlopen meestal langzaam. Vooral als de inspraakmogelijkheden van een ieder erg uitgebreid zijn. Daarom kan en mag de leerlingenraad niet overdreven democratisch worden. Het is belangrijk dat er een aantal personen met ervaring, inzet en inzicht zijn die snel beslissingen kunnen nemen en ingrijpend kunnen optreden. Die personen moeten wel het vertrouwen van de meerderheid hebben; daarom worden ze democratisch gekozen.

Een goede taakverdeling betekent niet slechts een verdeling met voorzitter, penningmeester en secretaris. Het gaat erom dat de LLR probleemloos meerdere projecten op kan zetten. Daarom is de LLR georganiseerd in subcommissies. De werkcommissies houden zich met concrete projecten bezig, terwijl de ondersteunende commissie de werkcommissies voorziet van hulp en adviezen, en ingrijpt als er iets fout loopt.

BESTUUR (ondersteunende commissie)
Aantal personen: 4

Interne taakverdeling:

Taakstellingen:

Bevoegdheden:

WERKCOMMISSIES of WERKGROEPEN (WG)
Aantal personen: ten minste 3, ten hoogste 7

Interne taakverdeling:

Taakstellingen:

ALGEMENE LEDENVERGADERING (ALV)
Tijdens de ALV worden zaken besproken die voor (bijna) iedereen van belang zijn. Alleen de ALV kan de hoofdgedachte van de organisatie in de LLR wijzigen. De ALV heeft, indien het aantal aanwezigen minstens 3/4 van het totale ledental is, onbeperkte bevoegdheden. Het is wenselijk dat een ALV minstens per drie maanden bijeenkomt.
Aantal personen: alle leden van de LLR
Taakverdeling: de voorzitter en de vice-voorzitter zitten de ALV voor.
Taakstellingen: zelf te bepalen
Bevoegdheden: zelf te bepalen

LIDMAATSCHAP
Van ieder lid mag worden verwacht dat hij zich wil inzetten voor de belangen van leerlingen. Ieder lid heeft het recht om op ieder moment uit de LLR te stappen of om uit een functie te stappen. Iedere leerling kan zich op elk moment aanmelden als lid van de LLR. Het DB bepaalt dan in welke werkgroep hij zitting zal nemen. Hij is gedurende een maand proeflid, waarna hij automatisch volwaardig lid wordt. Het proeflid kan na de proefmaand afgewezen worden door het bestuur op verzoek van de gespreksleider van de werkgroep.

VERKIEZING BESTUUR
Een ieder die ten minste een jaar lid is geweest van een LC en niet in een eindexamenklas zit kan zich beschikbaar stellen voor een plaats in het bestuur. De vier personen met de meeste stemmen vormen het nieuwe bestuur. De leden worden door de ALV voor een jaar gekozen. De verkiezingen vinden plaats een maand na aanvang van het nieuwe schooljaar. De eerste maand van elk schooljaar vormen de bestuursleden van het voorgaande schooljaar het bestuur. Het bestuur bepaald zelf de interne taakverdeling.

VERKIEZINGEN GESPREKSLEIDERS
Per WG kunnen zich meerdere personen voor gespreksleider kandidaat stellen. Iedere kandidaat voor een bepaalde WG moet lid zijn van die WG en mag bovendien niet in een eindexamenklas zitten. Slechts de leden van de WG hebben stemrecht. Het bestuur heeft vetorecht en kan een om nieuwe stemming vragen, waarbij de eerder gekozen kandidaat zich niet opnieuw kandidaat kan stellen.

MENSEN

ALS UTOPIA

SCHOLING
Lid zijn van de llr betekent lid zijn van een groep. Binnen deze groep bestaat kennis en ervaring. Helaas gaan juist de leden die daar het meest van hebben vaak van school, en moeten de nieuwe leden het wiel opnieuw ontdekken. Daarom is het belangrijk dat ervaren leden veel uitleg geven aan nieuwe leden. Eventueel kan aan een ervaren lid de functie "scholing" worden gegeven (naast of in het DB) om zorg te dragen voor een toereikend kennisniveau binnen de llr. Misschien kan hij ook informatieve documenten verspreiden en "trainingspauzes" organiseren: in een pauze verteld een leraar de leden iets over een bepaalde vaardigheid of onderwerp.

INFORMELE CONTACTEN
Tussen de leden van de llr ontstaat, als het goed is, een sfeer van vriendschappelijkheid. Niet in een vorm zonder kritiek tijdens vergaderingen, maar wel in een vorm zonder vuile spelletjes. Om een mening te vormen en om jouw mening naar voren te brengen heb je heel wat contacten nodig. En vaak worden tijdens ontspannen gesprekken in de pauzes belangrijker beslissingen genomen dan tijdens de vergaderingen. De llr is niet alleen de organisatie bij uitstek om binnen de school een breed scala aan informele contacten te krijgen, het is zelfs een noodzaak als je lid bent.

EENHEID MAAKT MACHT
Bovendien is die sfeer van vriendschappelijkheid belangrijk als de llr als groep moet optreden. Zonder die sfeer ontstaan al snel fracties, allianties en individuele machtshongerigen, zo heeft de geschiedenis geleerd. En hoewel zulke concurrentie ook erg stimulerend kan werken, is het toch weinig nuttig als je steeds elkaars projecten torpedeert.

WAT VOORKOMEN MOET WORDEN

LIEVER RUZIE!!!
Ruzie is een teken dat mensen enthousiast zijn, anders zouden ze nergens ruzie over maken. Maar dat enthousiasme is als een wildwaterstroom, die nog getemd moet worden; anders gaat energie verloren. Door zinvolle discussies, en niet door mensen persoonlijk aan te vallen en je persoonlijk aangevallen te voelen, kunnen er verschillende meningen in een team zijn zonder dat desintegratie optreedt. Beheers die emoties alsjeblieft, ook al ben je nog zo betrokken!

SOLISTISCH GEDRAG
Jezelf onmisbaar maken. Jij bent degene die alles regelt, weet, doet, organiseert enzovoort. Een nogal vermoeiende methode. Schadelijk voor een organisatie omdat de taakverdeling in gevaar komt, de organisatie teveel afhankelijk wordt van één persoon en omdat de anderen minder gemotiveerd of actief worden.

IMPONEERGEDRAG / BLUFPOLITIEK
De anderen doen wat jij zegt, want je praat zelfverzekerd, je hebt kennis en ervaring, je kunt dit soort dingen goed, in het bedrijfsleven/politiek/... doen ze het ook zo, je hebt het beste voor met de groep, verschillende belangrijke mensen denken er net zo over, jouw taalgebruik zit vol moeilijke woorden en interessante opmerkingen, je hebt een mening waar rekening mee wordt gehouden, je serieus en toch bezield of enthousiast opstellen, enzovoort. Je loopt rechtop en krachtig, alert en nooit gehaast. Je straalt controle uit, en toch ook vriendelijkheid. Anderen zijn bang om ruzie met je te krijgen, dus zijn ze het maar met je eens.

STRATEGIE

Een gezonde strategie is erg belangrijk. Een strategie bestaat uit een samenhangende verzameling doelstellingen (die concreet, haalbaar, toetsbaar, positief geformuleerd en ecologisch verantwoord zijn) en een plan in hoofdlijnen om die doelen te realiseren.

STRATEGISCH BELEID LEERLINGENRAAD

KERNDOELEN - het behartigen van de belangen van leerlingen

1. HOGE KWALITEIT VAN ONDERWIJS
Uiteindelijk moet je deze school met een goed diploma verlaten. Dus er moet goed onderwijs gegeven worden. Er moet wel geleerd worden. Dus het is ook noodzakelijk dat er orde heerst in school. Veel regels zijn noodzakelijk. Die regels moeten echter zowel voor leerlingen als voor leraren gelden. Goed onderwijs bied de stof op een duidelijke en aantrekkelijke manier aan. Huiswerk moet goed gespreid worden, de uitleg moet helder zijn en de toetsing moet de aangeven hoe goed de leerling de aangeboden stof beheerst. Oftewel, geen onvoldoendes omdat je je boeken niet bij je hebt!

2. GOEDE SFEER OP SCHOOL
Je leert meer, als je het met plezier doet... de sfeer op school moet beter. Geen loerende conciërges in de pauze, geen kruisverhoor meer als je een ziektebriefje haalt, meer vertrouwen in leerlingen. Dat vertrouwen moet niet alleen veroverd worden. Het moet ook verdiend worden door verantwoordelijk gedrag van de leerlingen. De school moet leefbaar zijn. Een beetje meer enthousiasme, af en toe een beetje lachen. Niet de hele dag zuchtend rondlopen alsof je ieder moment kunt instorten. Geen geweld, het kan beter leuk en gezellig zijn op school. Uit onderzoek blijkt, dat leerlingen willen dat de school hen uitdaagt tot grensverlegging, als individu opgenomen willen worden, onderhandelingsruimte willen hebben over regels en aansluiting van de school willen hebben op hun belevingswereld. Leerlingen willen serieus genomen worden.

3. GOEDE ARBO OP SCHOOL
School? Daar zit je gedurende al die tijd die je had kunnen gebruiken voor nuttiger en vooral ook leukere dingen. Stress, huiswerk, leraren die ervan uit gaan dat alle leerlingen terroristische neigingen hebben, enz. Je zit er elke dag een flink aantal uren, en dat jarenlang. Dan wil je ook, dat zo'n gebouw leefbaar is en er veel voorzieningen zijn. Dus goede arbeidsomstandigheden (arbo). Zitbare stoelen, leunbare tafels en weinig stof in de lokalen is slechts een voorbeeld. Ook snoepautomaten, een rookhol, een goede kantine en een prettige temperatuur horen er bijvoorbeeld bij. Maar ook: niet te zware schoolboeken, goede roosters, muziek in de aula, genoeg kopieermachines, . . .

4. VRIJHEID, VERANTWOORDELIJKHEID EN DUIDELIJKE RECHTEN VOOR LEERLINGEN
Dit sluit in feite aan bij `een goede sfeer op school'. Toch lag daar het accent meer op de manier van omgaan met elkaar, en de motivatie van iedereen in het schoolgebouw. Hier gaat het om keiharde plichten en rechten. Die hebben we, maar het leerlingenstatuut heeft te weinig invloed. Niet alle regels hoeven erin opgenomen te worden, de meesten weten amper wat er in staat, en de meesten lappen het aan hun laars. Bovendien is het niet compleet. Het gaat hier om rechtvaardige behandeling. Het moet precies bekend zijn, bij welke overtreding welke staf hoort. Dus niet volgens "redelijkheid". Leerlingen moeten goede mogelijkheden hebben om voor hun rechten op te komen. Nu is het vaak nog de leraar, die bepaald of je wel of niet rechten hebt. Ook is het niet erg motiverend om een repetitie te leren, waarvan je weet dat die te laag wordt becijfert.

5. LEERLINGEN MOETEN OP DE TOEKOMST VOORBEREID WORDEN
Eindelijk je diploma... en wat dan? De basis wordt hier en nu, op deze school gelegd. Dus moet je ook goed advies krijgen bij je keuzes. Leerlingen met problemen moeten goed geholpen worden. Maar vooral ook moeten de decanen goed functioneren. Ook moet gelet worden op de toekomstige belangen van leerlingen. Bijvoorbeeld de hoogte van de studiefinanciering, en het leven in het hoger onderwijs (who the fuck is Ritzen).

HOE KUNNEN DEZE KERNDOELEN NAGESTREEFD WORDEN?

Een goed functionerende LLR steunt op actieve leden, een goede organisatie, een goed netwerk en een goed actieplan.
De leden moeten getraind zijn en de LLR moet een goede naam hebben om genoeg goodwill te kweken binnen de school.

De LLR moet intern goed georganiseerd zijn. Ook moet de LLR meer inspraak krijgen in het beleid van de school. In deze tijd van fusies is dat niet zo heel moeilijk. De LLR kan positieve bekendheid krijgen door aan goede PR te doen, zoals acties voor goede doelen. Door netwerken, zoals contacten met de MR, de directie, de oudercommissie, de arbocommissie, de PR-commissie en dergelijke te verbeteren, zullen we meer inspraak krijgen.

Een organisatie, die alleen voor haar eigen belangen opkomt, krijgt vaak weinig steun. We hebben imago en PR nodig. We zijn er zelfs totaal afhankelijk van. We moeten een positieve inbreng hebben in school. We moeten iets waard zijn voor de school. Dan pas krijgen we steun en invloed. Dus acties en projecten voor goede doelen zijn noodzakelijk.

De school is er voor de leerling, en zijn diploma. Iets, wat de directie en de ouders met ons eens zijn. Leraren komen vaak meer op voor hun baan, maar vinden een goede sfeer op school ook belangrijk. Een invloedrijke plaats krijg je nooit, maar die moet je veroveren. We moeten laten zien dat we er zijn, met goede brieven en adviezen aan de directie en af en toe een goede actie. We moeten laten zien dat we serieus zijn, door een goede interne organisatie en een realistische kijk op de school (leren is noodzakelijk, regels ook).

Onze interne organisatie kan verbeterd worden door meer leden, een betere taakverdeling, scholing van onze leden dmv informatie van het LAKS, boeken, verslagen, informatie en tips op papier die verzameld moeten worden en door de LLR democratisch te houden, met recht van spreken voor iedereen, regels over de werkwijzen (LLR-statuut), en de mogelijkheid om bepaalde zaken verder over te laten aan één of twee personen zonder je als LLR daarmee nog al te veel mee te bemoeien. Zo worden geen nutteloze ellenlange vergaderingen gehouden over onderwerpen die eigenlijk niet zo belangrijk zijn. Die toestemming om namens de LLR op te treden, moet wel vooraf door de LLR-vergadering worden verleend.

ACTIEPLAN

Er zijn twee soorten actieplannen. Het eerste soort, een jaarplan, is een opsomming van doelen of projecten die gehaald moeten worden. Er moet een goed evenwicht zijn tussen harde doelen zoals snoepautomaten, politieke activiteiten zoals de directie ervan overtuigen dat de leerlingen van nu het heel wat zwaarder hebben dan die van 3 jaar geleden en PR-projecten zoals acties voor goede doelen. Ook moet er een project in opgenomen zijn dat het functioneren van de LLR verbeterd.

Het tweede soort actieplan beschrijft hoe een concreet project aangepakt moet worden. Een formulering van het doel of project en de weg die bewandeld gaat worden om dat doel te bereiken moeten erin voorkomen.

Aan het begin van het schooljaar moet altijd een jaarplan worden gemaakt, en bij de start van ieder project moet een actieplan opgesteld worden.


BIJLAGE A

Procedure stemmen en vergaderen

STEMREGLEMENT

1.1 Besluiten kunnen slechts dan genomen worden, als minstens de helft van de leden aanwezig is.
1.2 Besluiten worden genomen met de meerderheid der stemmen.
1.3 Alleen voor het veranderen van statuten, procedures en dergelijke van de LLR is het nodig, dat 3/4 van de leden aanwezig is en er een meerderheid is van minstens 3/4.
1.4 Met "een meerderheid" wordt hier bedoeld dat meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen voor is (of in speciale gevallen 3/4). Men kan zich ook onthouden van stemming (dus een onthouden stem is geen uitgebrachte stem).

2.1 Er wordt pas tot stemming overgegaan nadat ieders mening gehoord is en alle argumenten zijn afgewogen.
2.2 De voorzitter of gespreksleider neemt in principe het initiatief tot stemming.
2.3 Tegen het voortijdig gaan stemmen kan door ieder lid protest worden aangetekend. De voorzitter kan gehoor geven aan het protest, of anders een stemming over het al dan niet stemmen afroepen. Over de "stemming over de stemming" is geen discussie mogelijk, dwz er wordt onmiddellijk tot stemming overgegaan.

3.1 Een aantal voorbeelden van besluiten waarvoor stemming gewenst is:


BIJLAGE B

NETWERKEN

LOBBY
Iedereen heeft sociale contacten. Door zelf veel vrienden te hebben heb je meer invloed. Maar vaak is zo'n groepje vrienden niet gespreid genoeg. Je moet overal je vriendjes hebben, op de meest onverwachte plaatsen. Zo kun je, door slechts enkele mensen te beïnvloeden, de hele school benvloeden. Jouw twee contacten in groep B zorgen ervoor dat groep B jou steunt, terwijl jouw vriendje in groep C die groep bewerkt. Jouw idee moet je niet binnen een kleine groep houden. Praat er met iedereen over, onderzoek de argumenten, motiveer mensen en ga dan pas jouw idee in de vergadering gooien.

INFORMATIE VERGAREN
Er zijn diverse manieren om informatie te verkrijgen. Zoals gesprekken met leraren, directieleden en conciërges. Er zitten twee leerlingen in de MR, zij krijgen erg veel informatie. Je kunt vragen of de llr voortaan ook zulke informatie ontvangt, zoals de Weekinfo (het weekkladje voor leraren). Vaak hebben andere leerlingen de benodigde informatie al verzameld. En via je informele connecties en de borrelpraat hoor je natuurlijk ook heel veel.

INVLOED VERGROTEN
Contacten leggen met de oudercommissie, de directie, de medezeggenschapsraad, met andere leerlingencommissies, met leerlingenorganisaties op andere scholen, met het LAKS, enz.
Misschien kunnen leerlingen geplaatst worden in diverse commissies, zoals: Arbo-commissie, reiscommissie, sollicitatiecommissie.


BIJLAGE C

FINANCIËN

Het boekhoudjaar loopt van 1 januari tot 30 december. De llr krijgt per boekhoudjaar f1000,- subsidie, zoals besloten door de MR en kerndirectie. Als op 30 december nog geld over is, ben je dat bedrag kwijt: het gaat terug naar de grote pot. Als de llr veel overhoud, loopt hij het grote gevaar het volgende boekhoudjaar minder budget te krijgen. Als algemene regel kun je stellen dat de llr de eerste helft van het schooljaar f500 moet uitgeven, en de tweede helft ook.

Veel geld gaat altijd naar de copycards. Werk zoveel mogelijk met die van 100. Die van 50 zijn irritant snel op, en die van 500 en 100 kopieën gaan soms stuk of raken krijt. En dan heeft dat wel f50 of f100 gekost.

Het beheer van de sleutels loopt via het Hoofd Technische Dienst, op dit moment Jets. Iedereen die een sleutel van de leerlingenraadkast in bruikleen heeft moet dit gemeld hebben bij hem (eventueel via de penningmeester).


BIJLAGE D

STRATEGIEVORMING

(voor de enthousiastelingen en de zombies)

DE STRATEGIEVORMING BINNEN EEN ORGANISATIE

VRAGENLIJST gebaseerd op Henry Mintzberg's boekje "Strategievorming: Tien Scholen"

Kan de strategie ontworpen worden?
Is de omgeving onveranderlijk en voorspelbaar?
Is de omgeving complex of simpel?
Is de organisatie beheersbaar?
Zijn de sterke en zwakke kanten van de organisatie bekend?
Zijn de gevaren en kansen in de omgeving bekend?

Kunnen (plannen voor de toekomst) tot in detail gemaakt worden?
Wordt intuïtie op zijn waarde geschat?
Kan verwacht worden, dat de plannen van de leiding iedereen in de organisatie betrokken houdt/maakt?

Is de positie in de omgeving duidelijk?
Zijn er veranderingen in de omgeving te verwachten?
Is het wenselijk van positie te veranderen?

Heeft de leiding visie?
Is er binnen de organisatie vertrouwen in de visie van de leiding?

Is de (top)leiding altijd in een goede intellectuele conditie?
(Kan ze mentaal altijd goed functioneren?

Valt er voor de organisatie nog veel te leren?
Vinden veranderingen stapsgewijs plaats, of in sprongen, of niet?
Is de strategie zelfontwikkelend?

Is men binnen de organisatie eensgezind of zijn er vele meningen?
Is de organisatie qua machtsverdeling (invloedsverdeling) centraal of decentraal georganiseerd?
Komt men binnen de organisatie snel tot één strategie?

Heeft de organisatie een duidelijke eigen cultuur?
Is die cultuur, die "gemeenschappelijke overtuigingen", gemakkelijk te beïnvloeden en te veranderen, of onbeheersbaar?
Is cultuurverandering gewenst?

Dwingt de omgeving de organisatie tot een bepaalde vorm van handelen?

Worden nieuwe strategieën geformuleerd op basis van het verleden van de organisatie? Wordt van de geschiedenis geleerd?
Sluiten nieuwe plannen aan op het verleden van de organisatie?

Het vraagstuk van de complexiteit:
Hoe ver uitgewerkt, hoe genuanceerd, hoe veelomvattend, hoe algemeen willen wij dat onze strategieën zijn, en wel wanneer en waar?

Het integratievraagstuk:
Is horizontale, verticale, culturele en visionaire integratie wenselijk?
Vormen de verschillende deelplannen/substrategieën een geheel?
Hoeveel integratie is wenselijk, van welke soort, wanneer en waar?

Het generieke vraagstuk:
Hoe uniek, nieuw, algemeen, oud of betrouwbaar moet een strategie zijn?

Het vraagstuk van de beheersing:
Hoe welbewust of zelfontwikkelend behoort een effectief strategievormingsproces te zijn? In hoeverre bestaat er behoefte aan beheersing vooraf en leren achteraf?

Wat verstaat u onder strategiebeheersing? Is de strategie voorschrijvend en bepalend of gericht op procesbeheersing?

Het vraagstuk van de collectiviteit:
Wie is de strateeg? Eén persoon, de leiding, invloedscentra, het collectief, het biologische brein, de techniek, de omgeving? Het kan duidelijk dat allemaal zijn, maar welk, of hoeveel van elk, wanneer en waar?

Het vraagstuk van de verandering:
Hoe snel en hoe vaak veranderd de omgeving? Kan de organisatie meeveranderen?
Veranderd de strategie vaak? Is de organisatie lerend, en hoe gemakkelijk, en hoe, en waar?

Het vraagstuk van de (strategische) keuze:
Wat is de macht van proactief leiderschap, persoonlijke intuïtie en zelfs collectief leren, tegenover de krachten van de omgevingseisen, organisatorische massatraagheid en cognitieve beperkingen, wanneer en waar?
Zijn er meerdere opties?

Het vraagstuk van het denken:
Hoeveel strategisch denken willen wij eigenlijk? Heeft het nut?
Wat is de inhoud van het strategisch denken? Stimuleert het handelen?

ALGEMEEN

Vraag je bij (toekomstig) handelen af:


BIJLAGE E

WERKGROEPSTRUCTUUR

Hieronder volgt de brief die de aanzet gaf tot de huidige werkgroepstructuur.

VOORSTEL TOT EEN WERKGROEPSTRUCTUUR IN DE LEERLINGENRAAD

Voordelen van werkgroepstructuur:

Nadeel is dat er wrijvingen kunnen ontstaan tussen de werkgroepen. De werkgroepen moeten dan ook als taak hebben een bepaald project of actie op te zetten. Een project is er niet voor de werkgroep, maar de werkgroep is er voor het project.

Zo vorm je samenwerking in plaats van concurrentie, en gaat de LLR doelmatig functioneren.

Organisatie:

Eens per maand komt de LLR gezamenlijk bijeen. De voortgang wordt besproken, nieuwe leden kunnen zich aanmelden en leden kunnen aftreden. Er wordt besloten met welke projecten de LLR zich gaat bezighouden. Het maximale aantal projecten is het aantal leden gedeeld door zes. Het ideale aantal leden voor een werkgroep is namelijk vijf à zes (voor het gemiddelde project; per project kan van dit getal afgeweken worden).

Om de LLR samenhang en coördinatie te geven en de middelen te beheren moeten er een paar werkgroep-ondersteunende leden komen. Elke ondersteuner heeft ervaring en voldoende kwaliteiten. Het minimale aantal ondersteuners is 4. De ondersteuners zitten zoveel mogelijk verspreid over de werkgroepen. Taken van de ondersteuners: Financiën, beleid, coördinatie, voorzitten van de maandelijkse plenaire vergadering, contacten in en buiten de school, en Public Relations.

De werkgroepen vergaderen minimaal één maal per week. Niemand wordt onder druk gezet of gedwongen om in een werkgroep te gaan. Niet-ondersteuners zijn vrij om op elk moment de LLR te verlaten, of zich juist aan te sluiten bij de LLR.

Kenmerken werkgroepstructuur:

Voorwaarde voor het slagen van de werkgroepstructuur is dat er voldoende leden zijn. Minimaal toch wel 15 (twee werkgroepen), maar liever 20 à 25. Als het aantal leden terugloopt tot 12, blijft er maar één werkgroep over.

Ik durf idealistisch genoeg te zijn om in de werkgroep-oplossing te geloven. Ook al zijn er veel onderlinge spanningen en zijn zowel Forum als Cynus erop uit de ander weg te werken, zulke spanningen verdwijnen heel snel als je je gaat inzetten voor een concreet gezamelijk doel.

10 december 1995, Evert Mouw


BIJLAGE F

conceptplan leerlingenvereniging

Hieronder volgen gedeelten uit het zeer ambitieuze conceptplan voor een leerlingenvereniging binnen Sprengeloo. Het werd bedacht en gepromoot door Evert Mouw en Martijn van der Veen. De kern van het plan was een terugkeer naar de glorieuze tijden van het Leerlingenparlement. Via hun informatienetwerken kregen ze de indruk dat het plan net niet genoeg steun zou krijgen, dus is het plan in de prullenbak verdwenen. De werkgroepstructuur en de "filosofie" van de LLR zijn afkomstig uit dit concept.

LEERLINGENVERENIGING SPRENGELOO AFDELING J108 CONCEPTPLAN versie 1.3

Inleiding

De LC's staan, hoewel ze nu goed samenwerken, formeel helemaal los van elkaar en vaak wordt zo'n LC al snel een besloten clubje. Een nadeel daarvan is dat zulke LC's snel verdwijnen als het schooljaar ten einde loopt. Een nog groter nadeel is dat veel leerlingen die best graag actief iets zouden willen doen binnen de school die kans niet krijgen. Tenslotte, leerlingen die wel heel